[ vorige pagina ]

AO-reeks 1020 - 10 juli 1964

[ inleiding ]

Plaatselijke opvattingen
De manier waarop een en ander geregeld wordt, is echter sterk afhankelijk van de plaatselijke opvattingen en omstandigheden.
Rekening moet worden gehouden met het feit, dat er bedrijven zijn die zich menen te moeten onthouden van bijdragen omdat er slechts enkele buitenlanders bij hen in dienst zijn. Enkelen, die - naar zij menen - geen probleem vormen! Of geen problemen hebben!
Verder zijn er gemeentebesturen die er van uit gaan dat het geheel een kwestie is dat alleen het bedrijfsleven aangaat.
Tenslotte zijn in de ene plaats de buitenlanders in dienst van één of van enkele bedrijven, maar in andere plaatsen zijn ze verdeeld over vele werkgevers; iets dat de aanpak niet gemakkelijker maakt.
Uit de begroting 1964 van het Ministerie van Maatschappelijk Werk blijkt dat de werkzaamheden op gang beginnen te komen. Voor het verlenen van subsidie is een bedrag uitgetrokken van ƒ 80.000 dat is twee maal zo veel als op de vorige begroting. De subsidie voor 1964 is bestemd voor tien initiatieven.

De rechten der vreemdelingen
De rechten van de buitenlandse arbeidskrachten met betrekking tot de sociale verzekeringen zijn gelijk aan die van de Nederlandse arbeiders. Dit geldt overigens niet alleen voor Nederland, maar ook voor de buitenlandse arbeidskrachten in de andere landen van de Europese Economische Gemeen­schap.
Iedere arbeider die naar een van de andere landen van de Euromarkt gaat om te werken, kan voor zijn vertrek informaties krijgen over de sociale rechten in dat land, terwijl hij zich tevens op de hoogte kan stellen van de adressen van de instanties, tot wie hij zich kan wenden wanneer hij hulp nodig heeft.



Foto: Deze affiche werd van R.K. zijde verspreid om de Nederlandse arbeiders op hun mensenplicht te wijzen

Een en ander geldt ook voor het loon. Voor gelijke arbeid wordt in hetzelfde land gelijk loon betaald. De buitenlandse werknemer in Nederland valt dus onder de collectieve arbeidsovereenkomst, die geldt voor het bedrijf waarin hij werkzaam is.

Mensen bij elkaar
Zo is het dus duidelijk dat buitenlandse arbeidskrachten problemen scheppen voor de regering, de provinciale en stedelijke autoriteiten en de bedrijven waar deze mensen werken.

Maar niet voor deze alleen. De problemen gelden ook voor de werkgevers, de collega's, degenen met wie ze vaak in een kosthuis tezamen wonen, de buren, de winkeliers en al die anderen die op de een of andere manier direct of indirect met hen in aanraking komen.

Het is vaak een kwestie van geven en nemen. Een kwestie waarmee we - of we willen of niet - geconfronteerd worden. Problemen met misschien nog veel meer kanten dan wij hier konden aangeven.

Maar ... tenslotte problemen ook waaraan we niet kunnen ontkomen omdat ons land zich nu eenmaal in deze ontwikkeling bevindt. En... omdat tienduizenden Nederlanders dezelfde problemen, maar dan als "buitenlandse arbeiders" in het buitenland, eens moesten oplossen. leder weet wel van zijn of haar geëmigreerde familieleden dat zij in het begin ook met soortgelijke problemen zaten. Problemen evenwel die vaak verdwenen, omdat de bewoners van het desbetreffende land van harte meehielpen en de vreemdeling met uitgestoken hand tegemoet traden. Kunnen wij - met onze traditie van gastvrijheid - daarbij achterblijven?

Als u meer over dit onderwerp wilt lezen:
verschillende uitgaven van het Ministerie van Maatschappelijk Werk w.o. vooral:
Buitenlandse arbeidskrachten, Den Haag 1962 (met literatuurlijst)
J. Schiefer, De Europese arbeidsmarkt, Leiden 1961
Verslag v. drie studiesconf. intra-Eur. migratie, Dalfsen 1962
Welkom vreemdeling, Ned. Kath. Migr. St., Den Haag 1964

[ vorige pagina ]

[ gemm ]

[ reageer ]

[ AO 1333 ]

Teksten en afbeeldingen op deze pagina's zijn ongewijzigd overgenomen uit AO-reeks 1020, 10 juli 1964