Omslag Buitenlandse arbeidskrachtenBuitenlandse arbeidskrachten
AO-reeks 1020 - 10 juli 1964

In 1964 waren in Nederland 60.000 buitenlanders werkzaam. De AO-reeks (=Alge­mene Onderwerpen) wijdde er een aflevering aan - Buitenlandse arbeids­krachten - en schreef:
"Vanzelfsprekend scheppen al deze buitenlandse arbeiders op het ogenblik nog geen al te grote problemen. Zij vormen nog slechts 1,3% van de totale beroeps­bevolking.[...] En toch zijn hier en daar al wat wrijvingen in ons land geweest. Er deden zich al enkele - meestal kleine - moeilijk­heden voor. Daarom is het verstandig over dit geheel eens na te denken.

De oplossing voor de problemen wordt gezocht in voorlichting. Er verschijnen brochures met Italiaanse en Spaanse maaltijden, "want 'ons' eten ligt hun niet!" Nederlanders wordt om begrip gevraagd: "Daar zijn de koude winterdagen, waardoor de zuiderling gedwongen wordt in huis te blijven, iets wat hij helemaal niet gewend is. Hij groeide op in een klimaat dat er oorzaak van is dat zijn leven zich voor een belangrijk deel op straat afspeelt. In ons koude land echter blijft hij dan maar op bed liggen tot weer de etens- of werktijd is aangebroken."
De Duitser die het zo druk heeft met organiseren dat hij niet aan werken toekomt, de Spanjaard die snel beledigd raakt en de Italiaan die een theatrale aanpak nodig heeft, lachwekkende voorstellingen als je er bijna veertig jaar later op terugkijkt. Behalve dan dat er niet zoveel veranderd is in de manier waarop Nederlanders over hun nieuwe landgenoten denken. Hooguit aan het optimisme dat dit na verloop van tijd wel zou veranderen:

"Maar ... tenslotte problemen ook waaraan we niet kunnen ontkomen omdat ons land zich nu eenmaal in deze ontwikkeling bevindt. En... omdat tienduizenden Nederlanders dezelfde problemen, maar dan als "buitenlandse arbeiders" in het buitenland, eens moesten oplossen. leder weet wel van zijn of haar geėmigreerde familieleden dat zij in het begin ook met soortgelijke problemen zaten. Problemen evenwel die vaak verdwenen, omdat de bewoners van het desbetreffende land van harte meehielpen en de vreemdeling met uitgestoken hand tegemoet traden. Kunnen wij - met onze traditie van gastvrijheid - daarbij achterblijven?"

[ gemm ]

[ reageer ]

[ AO-reeks 1020 ]