
Normen en waarden, ach wie is er in betere tijden niet groot mee geworden?
Waar een jonge schelm van weleer nog slechts een enkele pruim, als een ei zo groot, aan de rechtmatige eigenaar ontfutselde lijkt de kinderhand van tegenwoordig niet meer zo snel te vullen. Het op straat scoren van een dikke portefeuille of ultradun notebook brengt de kansarme adolescent van nu nog slechts een kortstondige geluksroes. De volgende dag al moet het menselijk tekort opnieuw aangevuld worden.
Ja, vroeger, toen was fatsoen nog heel gewoon,... of lijkt dat maar zo? Is het tegenwoordig echt zo slecht gesteld met onze mores? Tijd voor onderzoek. Meten is weten.
Indachtig het spreekwoord "Waar het hart van vol is stroomt de mond van over." wordt het tijd eens flink aan onze nationale pennevruchtenboom te schudden. Google lijkt ook hier weer uitkomst te bieden.
Zoeken op 'straatschoffie' levert 218 hits, 'fatsoensrakker' wordt slechts 126 maal geturft. De fronsers onder ons scoren hier.
Google vindt de term 'liederlijk' 441 maal, maar hier walst 'voorbeeldig' met 4990 sites toch wel even overheen.
De barse typering 'lamstraal' moet het af leggen tegen het optimistische 'doordouwer': 153 tegen 193 hits. Er begint zich een trend af te tekenen.
Tot slot: Google komt 1810 keer 'aanfluiting' tegen, niet gering, maar met 7650 hits beslecht 'voorbeeldfunctie' het pleit definitief ten faveure van de positivo's onder ons.
Resumerend kan gesteld worden dat de moderne mens zo niet als vroom dan toch stellig als (grosso modo) vriendelijk gekenschetst kan worden.
Bronnenonderzoek staaft deze conclusie:
Waar tegenwoordig zelfbeschikking en de integriteit van het lichaam gangbare waarden zijn, golden een halve eeuw geleden nog strakke bepalingen die de bewegingsvrijheid van het individu binnen de gangbare maatschappelijke constellaties aan banden legden, getuige het volgende citaat uit het huwelijksboekje van 1940:
"De huwelijksplicht is de plicht om tot het huwelijksgebruik over te gaan, wanneer dit door een van beide echtgenooten ernstig verlangd wordt en er geen gewichtige reden is om te weigeren b.v. ernstige ziekte, gevaar voor besmetting, dronkenschap, gevaar voor ergernis enz. [...] Overigens moeten man en vrouw wel bedenken, dat het weigeren en zelfs met merkbaren tegenzin toestaan van het huwelijksgebruik zeer licht oorzaak is van verstoring van den vrede..."
Gelieve dit regenteske pamflet niet door te spelen aan de revisionist Heinsbroek of de moralist Balkenende. De geschiedenis herhaalt zich maar al te graag.